Landen en gebieden overzee (LGO)

De benaming Landen en Gebieden Overzee (LGO) betreft overzeese landen en gebieden die geassocieerd zijn met vier lidstaten van de Europese Unie, namelijk: Denemarken, Engeland, Frankrijk en Nederland. Net als alle andere eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen (Aruba, Bonaire, Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius), is ook Curaçao een LGO-land.

LGO-Landen hebben op grond van hun associatie met de Europese Unie, met name twee grote financieel-economische voordelen: in de eerste plaats krijgen LGO-landen financiële steun uit het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) voor de bekostiging van bepaalde ontwikkelingsprojecten in hun land. Daarnaast kunnen bedrijven van LGO-landen bepaalde producten zonder invoerrechten naar de interne markt van de Europese Unie exporteren, wanneer die producten aan bepaalde voorwaarden voldoen. Die producten worden "producten van oorsprong uit de LGO" genoemd en de voorwaarden voor het verkrijgen van die hoedanigheid staan vermeld in het LGO-Besluit.

Een vanuit Curaçao naar de interne markt van de Europese Unie geëxporteerd product verkrijgt de status van een product van oorsprong uit Curaçao, als aan een van de volgende twee voorwaarden wordt voldaan:

  1. Het product is volledig verkregen of geproduceerd op Curaçao. Dit is bijvoorbeeld het geval met verse vis- en landbouwproducten, zoals gevangen vissen, visproducten of op het eiland geteelde aloë. 
  2. Het eindproduct is niet volledig verkregen of geproduceerd op Curaçao, maar is door een bedrijf op Curaçao in voldoende mate bewerkt met verwerking van ingrediënten of onderdelen uit bepaalde andere landen.

Essentieel is hierbij dat de daarvoor benodigde ingrediënten of onderdelen in principe slechts kunnen zijn betrokken bij, onder andere, LGO-landen en de zogenaamde ACS-landen waarmee de Europese Unie een formele ontwikkelingsrelatie heeft. De term "ACS" staat voor landen in Afrika, Caribische Gebied (voornamelijk CARICOM-landen) en de Stille Oceaan.

Bij de erkenning en export van producten van oorsprong uit Curaçao speelt het Ministerie van Economisch Ontwikkeling (MEO) in Curaçao en de Curacaose Douane een belangrijke rol. MEO toetst of het betreffende product voldoet aan de hiervoor genoemde voorwaarden en andere relevante eisen. 

Indien dit zo is, adviseert MEO de Douane om voor het exporterend bedrijf een exportbewijs voor de Europese Unie, een zgn. EUR-1 certificaat, af te geven.

De Curaçaose Douane is de enige autoriteit op Curaçao die een EUR-1 certificaat kan afgeven. Zij doet dat na zorgvuldig eigen onderzoek. Op het EUR-1 certificaat worden de producten genoemd en beschreven die naar de Europese Unie invoerrechtenvrij kunnen worden geëxporteerd, dat wil zeggen zonder dat daarvoor invoerrechten moeten worden betaald.

Het is verder belangrijk dat de documenten die ertoe hebben geleid dat MEO een positief advies aan de Douane heeft gegeven door de exporterende bedrijf goed worden bewaard. Indien de Douane van het importerend land binnen de Europese Unie of de controle instanties van de Europese Unie het nodig achten om de documenten te verifiëren, moeten deze voor hen in goede staat beschikbaar zijn.

Fraude of valse aangiften worden in dit verband door de betreffende lidstaat van de Europese Unie zwaar beboet. Verder kan ook de lokale Douane de nodige maatregelen nemen bij fraude of valse aangiften. Het is dus voor een exporteur zaak om bij gebruik van de LGO-regeling de documenten zo goed mogelijk en vooral eerlijk voor te bereiden. 

Voor nader advies kan men zich wenden tot de Directie Buitenlande Economische Samenwerking van MEO (tel: +599 4621 444 ). Bij de voorbereidingen neemt deze zelf contact op met de juridische afdeling van Douane Curaçao.